Hoe bijzonder blijft ons vak…

Hebt u op een verjaardag weleens naast een begrafenisondernemer gezeten?? Wanneer ik op een verjaardag of een feestje verschijn ben ik daar natuurlijk altijd gewoon als Dennis. Een hele normale jongen, met een gezin, een relatie, mijn eigen hobby’s en interesses en een heel bijzonder beroep. Een beroep dat altijd weer voldoende gesprekstof oplevert en blijkbaar altijd tot de verbeelding spreekt wanneer je in een kamer vol visite zit.

Leuk natuurlijk, maar soms ook best lastig. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat ik uit de school klap wanneer geïnteresseerden (of nieuwsgierige omstanders) met mij in gesprek raken. Veelal hoor je “ervaringsverhalen” en willen mensen deze spiegelen aan mijn dagelijkse praktijk. En eerlijk is eerlijk, ik praat graag over mijn werk. Mijn vak is immers het mooiste vak wat er bestaat en omdat werkelijk iedere uitvaart uniek is, zou ik inmiddels een trilogie kunnen schrijven met ervaringsverhalen.

Zo kan ik mij nog levendig voor de geest halen hoe ik, jaren geleden alweer, in Alphen aan den Rijn in de Bonifacius kerk na een avondwake achterbleef met de familie van de overledene. De kist stond nog open voor het altaar en 6 kinderen met aanhang en kleinkinderen stonden druk met elkaar te praten. De volgende morgen zou de uitvaartviering moeten plaatsvinden en er was wat discussie over wie aan welke kant van de kist moest staan bij het indragen. En de kledingkeuze voor het moment van de viering werd nog even goed met elkaar doorgesproken.
De groep bestond dus uit 12 volwassenen, een stuk of 10 jong volwassenen en nog wat jongere kinderen. Het zou niet lang meer duren of het moment van het definitief sluiten van de kist van moeder/oma zou aanbreken en op een kleine afstand stond ik het gezelschap gade te slaan.

Ik weet nog dat ik op dat moment stond te denken hoe bijzonder het was dat die oude kleine vrouw die opgebaard lag ik die eikenhouten kist de basis was van deze groep mensen, zonder haar zou die hele groep van zo’n 30 personen helemaal niet hebben bestaan.

En tijdens deze hersenspinsels speelde zich een ontroerend tafereel af. Terwijl de volwassenen druk met elkaar aan het discussiëren waren  over het feit of de mannen nu wel of geen das om moesten, de jongeren wat verveeld voor zich uitkeken en een paar van de kleintjes tussen de banken van de kerk aan het spelen waren, viel mijn oog op 1 kleinkind. Het was een meisje van een jaar of 8. Voor de gelegenheid had ze waarschijnlijk een van haar mooiste jurkjes aan en haar blonde haren zaten netjes bij elkaar gebonden in 1 dikke vlecht. Als enige was ze totaal gefixeerd op de uitvaartkist met oma erin en heel rustig liep ze richting de kist. Niemand in het hele gezelschap had oog voor haar en dat was waarschijnlijk ook waarom ze juist dit moment nam. Toen ze vlak naast de kist stond, kwam haar hoofdje net boven de rand van de kist uit. Ze bewoog haar hand over de rand van de kist en raakte oma’s hand aan. Even bleef ze zo staan en toe hoorde ik haar zachtjes zeggen: Dank u wel lieve oma,  ik zal u echt gaan missen. Het was een ontroerend gezicht. Een beeld dat ik nooit zal vergeten en dat alle andere aanwezigen absoluut is ontgaan.

Zij nam in een onbewaakt ogenblik haar moment, afscheid op een hele pure wijze.
DK